fix bar
fix bar
fix bar
fix bar
fix bar
fix bar

Schoolgids 2018/2019

1. Willem Alexanderschool

De school is een Protestants Christelijke streekschool voor leerlingen uit de hele Hoeksche Waard. Het personeel werkt vanuit een christelijke inspiratie. Dat komt tot uiting bij de dagopeningen en dagsluitingen, maar meer nog in de omgang met elkaar en de leerlingen. Er is blijvend aandacht voor goede onderlinge verhoudingen.
Er is respect voor andersdenkenden.

1.1. Beste Ouders

Deze schoolgids informeert u over de mogelijkheden die de speciale basisschool biedt.
De gids kan ouders die voor hun kind een speciale basisschool zoeken, helpen bij het
bepalen van hun keuze.

Voor wat betreft allerlei organisatorische informatie als schooltijden, eten op school,
vervoer enzovoorts, verwijzen we naar het “Schools ABC” in deze schoolgids.
Kinderen worden verwezen naar een speciale school omdat duidelijk is dat de basisschool
hen niet in voldoende mate in hun ontwikkeling kan begeleiden.

De zorgbreedte van onze speciale basisschool is groot, maar wij kunnen niet alles.
De zorgbreedte wordt mede bepaald door de financiële middelen voor de bekostiging
van personeel en leermiddelen.We bieden speciaal basisonderwijs aan:

• kinderen met leer- en gedragsproblemen
• moeilijk lerende kinderen

1.2. Onze school

Bezoekadres:


Jordaensdreef 1 - 3262 HL
Postbus 1313 - 3260 AH Oud-Beijerland
Tel.: 0186 - 612 578
willemalexander@csgdewaard.nl
www.csgdewaard.nl

Directeur a.i.
Mw. M. van Daal - van Vlijmen

1.3. Stichting CSG De Waard

CHRISTELIJKE SCHOLENGROEP DE WAARD


Onze school maakt deel uit van stichting Christelijke Scholengroep De Waard. Deze stichting beheert in totaal 16 scholen, waaronder 14 basisscholen, een school voor
speciaal basisonderwijs (SBO) en een school voor speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen (ZML). De scholen staan verspreid in de Hoeksche Waard.
De nevenvestiging van de ZML-school staat in Middelharnis.
Onze scholen worden door ongeveer 2800 leerlingen bezocht. Er werken ongeveer 350 personeelsleden bij CSG De Waard.
Op alle scholen wordt kwalitatief hoogwaardig christelijk onderwijs gegeven. De leerkrachten spannen zich in het beste uit de kinderen te halen. Voor elk kind geldt het voor hem hoogst bereikbare niveau als doelstelling. Onze missie
luidt: CSG De Waard, voor bijzonder goed onderwijs! Christelijke Scholengroep De Waard heeft een Raad van Toezicht en een College van Bestuur.

Hiermee voldoet de stichting aan de wettelijke bepaling dat er onderscheid moet zijn tussen bestuur en toezicht. Het College van Bestuur vormt het bestuur van CSG De Waard. De heer E. Tuk is benoemd als voorzitter van het College van Bestuur.

1.4. Bestuurskantoor

Het bestuurskantoor is het kantoor van de stichting waar de administratie en de ondersteunende diensten zijn ondergebracht. Vanuit dit kantoor ondersteunt het
bovenschools managementteam het College van Bestuur en de scholen.

Het bestuurskantoor is gevestigd aan de Maseratilaan 14, 3261 NA Oud-Beijerland,
tel. 0186 - 621 461, e-mail: bestuur@csgdewaard.nl

1.5. AVG

Met ingang van 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Met deze verordening worden de regels rondom de verwerking van persoonsgegevens verder aangescherpt. 

CSG De Waard en onze school nemen de verantwoordelijkheid voor de privacy en de persoonsgegevens serieus. CSG De Waard en onze school verwerken alleen persoonsgegevens die rechtmatig zijn verkregen (zoals bedoeld in art. 6 van de AVG). Deze persoonsgegevens worden uitsluitend gebruikt ten behoeve van het onderwijs, de ontwikkeling en het welbevinden van de kinderen.

Wij gaan zorgvuldig om met informatiebeveiliging en privacy. Meer informatie hierover is te vinden op de website van CSG De Waard.

 

1.6. Klachtenprocedure

Waar samengewerkt wordt, kunnen spanningen ontstaan.
Spanningen tussen een leerling of een ouder enerzijds en de schoolleiding, een leerkracht of een ander die bij school is betrokken anderzijds. Natuurlijk bespreekt u een probleem in eerste instantie met de betreffende persoon.
Mocht u er met die persoon of de schoolleiding niet uitkomen dan is het mogelijk om de klacht voor te leggen aan de vertrouwenspersoon van onze school, mevr. M.M. Noordhof - Nicolai die u kan adviseren over de te volgen procedure.

Als de reeds genoemde gesprekken niet tot goede afspraken leiden, kunt u de klacht schriftelijk voorleggen aan de voorzitter van het College van Bestuur. De procedure vindt
u op de pagina https://www.csgdewaard.nl/over-de-waard/klachtenprocedure/

1.7. Vertouwensinspecteurs

Voor klachten over seksueel misbruik, seksuele intimidatie, discriminatie, fundamentalisme, ernstig fysiek geweld of geestelijk geweld kunt u contact opnemen met een vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs.
De vertrouwensinspecteurs zijn alle werkdagen tijdens kantooruren (08.00-17.00 uur) bereikbaar op het nummer: 0900 111 3 111.

1.8. Meldcode

Als wij een vermoeden hebben dat een leerling mogelijk slachtoffer is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling dan handelen wij zoals beschreven staat in de Meldcode
huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze meldcode ligt ter inzage op de scholen.

1.9. GMR

Beleidsvoornemens van het College van Bestuur worden op basis van het reglement ter advisering of ter instemming voorgelegd aan de GMR. Alle bovenschoolse zaken worden besproken in de GMR, terwijl schoolzaken op het niveau van de MR worden behandeld. De GMR bestaat uit acht personen, vier ouders en vier personeelsleden.

1.10. Beeldcoaching

Binnen Stichting CSG De Waard werken we voortdurend aan de professionalisering van leerkrachten en daarmee aan de kwaliteit van het onderwijs. Een vorm van professionalisering is Beeldcoaching. Beeldcoaching is een methode om leraren praktisch te ondersteunen bij de interactie, de didactiek en de klassenorganisatie in de groep. Het is mogelijk dat uw kind(eren) gedurende het jaar op deze videobeelden komen te staan. Ze zijn alleen voor intern gebruik, worden niet openbaar gemaakt en na een traject gewist. Het protocol met de gedragscode Beeldcoaching kunt u eventueel opvragen bij de directeur van de school. Wij gaan ervanuit dat u toestemming geeft de beelden voor bovenstaande doelen te gebruiken.
Mocht u bezwaar hebben of meer informatie wensen, dan kunt u contact opnemen met de directeur van de school.

1.11. Website en facebook

Meer informatie over Christelijke Scholengroep De Waard kunt u vinden op onze website:
www.csgdewaard.nl.


Tevens is CSG De Waard te vinden op Facebook: www.facebook.com/csgdewaard

1.12. Visiedocument stichting

Christelijke Scholengroep De Waard stelt zich ten doel scholen voor protestants christelijk onderwijs in stand te houden. De taak van de stichting is de belangen van deze bijzondere onderwijsvorm in de breedste zin van het woord te behartigen. Zij zoekt hiertoe samenwerking met andere instanties die een bijdrage kunnen leveren.

De scholen van de stichting zijn ingericht voor het geven van:

• basisonderwijs
• speciaal basisonderwijs
• speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerenden.

De stichting gaat uit van de Bijbel als woord van God en beoogt zich in al haar werkzaamheden te laten leiden door het evangelie van Jezus Christus.
De visie omvat drie elementen waaraan een gelijke waarde wordt toegekend: de levensbeschouwelijke identiteit, de onderwijskwaliteit en de kwaliteit van opvoeding en
vorming. In overdrachtelijke zin kan de grondslag van de stichting worden beschouwd als het fundament, waarop drie pijlers rusten die de scholen dragen.

1.12.1. Levensbeschouwelijkle identiteit

De scholen zijn open christelijke scholen, die werken vanuit de christelijke traditie. Een belangrijke taak is de overdracht van het culturele erfgoed in de breedste zin van het woord. De leerkrachten in de verschillende scholen begeleiden de kinderen actief bij hun ontdekkingstocht naar de eigen identiteit. Ze geven betekenis aan bijbelse kernbegrippen. Van essentieel belang hierbij is een levendige en open communicatie op het gebied van levensbeschouwing, met iedereen die bij de school betrokken is.

1.12.2. Onderwijskwaliteit

De scholen van de stichting bieden een rijke en stimulerende omgeving, waarin aandacht is voor alle ontwikkelingsaspecten van kinderen:

  • cognitieve
  • sociaal emotionele
  • fysieke
  • creatieve

Bij al deze aspecten wordt uitgegaan van geloof en vertrouwen in kinderen, het bieden van individuele uitdaging en ondersteuning. De kerndoelen voor het basisonderwijs zijn richtinggevend. Voor elk kind geldt het voor hem hoogst bereikbare niveau als doelstelling. De leerkrachten van de scholen werken als team samen aan onderwijsvernieuwing op basis van planmatige kwaliteitszorg. De ontwikkeling van de school is vastgelegd in het schoolplan. Op alle ontwikkelingsdomeinen zijn prestatie-indicatoren vastgesteld. Het onderwijs op de verschillende scholen is zo ingericht dat alle kinderen, ongeacht hun ontwikkelingsniveau of individuele kwaliteiten, tot hun recht komen. Het beleid van de school is erop gericht om achterstanden, de behoefte aan extra zorg, maar ook de behoefte aan extra uitdaging zo vroeg mogelijk te signaleren. Waar nodig wordt extra begeleiding geboden, zoveel mogelijk op de eigen basisschool maar wanneer het niet anders kan op één van de speciale scholen van de stichting.

1.12.3. Opvoedings- en vormingskwaliteit

De scholen van de stichting bieden een sociaal en fysiek veilig opvoedingsklimaat. Ze nemen een centrale plaats in binnen de samenleving, doordat ze een ontmoetingspunt
zijn voor kinderen en ouders. De leerkrachten, die zich bewust zijn van hun voorbeeldfunctie, stimuleren de kinderen om op een respectvolle manier met elkaar om te
gaan. Door middel van werkvormen dragen zij bij aan de zelfstandigheidsontwikkeling. Ze leren kinderen samenwerken en verantwoordelijkheid dragen voor zichzelf en voor anderen.

1.12.4. Missie

De scholen van stichting Christelijke Scholengroep De Waard nemen een herkenbare plaats in binnen de Hoeksche Waard. Ze onderscheiden zich door hun signatuur en door kwaliteit. Deze constatering leidt tot de volgende missie:

"Christelijke Scholengroep De Waard voor bijzonder goed onderwijs"

1.12.5. Tenslotte:

Van ouders, medewerkers en bestuurders wordt verwacht dat zij instemmen met dit visiedocument.

1.13. Huisvesting

Op de Willem Alexanderschool werken 19 personen, de meesten in deeltijd. Een aantal groepsleerkrachten wordt geassisteerd door een klassen-assistent of
een stagiair. Het gebouw aan de Jordaensdreef (Zuidwijk)is gebouwd in 1977.


Het gebouw beschikt over gymnastieklokaal, hierdoor is het niet nodig dat de leerlingen voor de gymlessen naar een andere locatie hoeven.

Binnen afzienbare tijd zal de school verhuizen naar een nieuw te bouwen pand aan de Graaf van Egmondstraat: de werknaam hiervan is kenniscentrum. Momenteel wordt er hard gewerkt aan de ontwikkeling hiervan. Een grove richtlijn waarop de verhuizing plaats zal vinden is schooljaar 2020-2021. Niet alleen de Willem Alexanderschool zal intrek nemen in het kenniscentrum, ook zml De Ark (CSG De Waard), sbo 't Pluspunt (Acis) en kinderdagcentrum Symfonie (Gemiva) zullen er een plaats vinden.

De ontwikkeling van een nieuw pand zorgt ervoor dat wij afwegingen moeten maken over investeringen in het bestaande pand. Uitgangspunt is hierbij dat het veilig, schoon en goed moet zijn. 

1.14. Passend onderwijs

TOELATING

Onze school houdt de leervorderingen van elk kind zorgvuldig bij, zodat wij op tijd signaleren of een leerling extra aandacht of ondersteuning nodig heeft. De leerlingenbegeleiding wordt gecoördineerd door onze intern begeleider (ib-er). Onze school is aangesloten bij het Samenwerkingsverband passend primair onderwijs Hoeksche Waard (regio 28.04). Hierbij zijn alle scholen in de Hoeksche Waard aangesloten m.u.v. de reformatorische scholen. Alle scholen van het samenwerkingsverband bieden dezelfde basisondersteuning (zie de bijlage basisondersteuning op de website van samenwerkingsverband 28.04). Daarnaast bieden wij als speciale basisschool ook
extra ondersteuning.

Onze school heeft een arrangement voor kinderen die:

  1. behoefte hebben aan het SBO/MLK arrangement.
    Daarbij moet u denken aan: Speciale Onderwijsmaterialen & Leermiddelen, aangepast Meubilair & Schrijfmateriaal. Kinderen die baat hebben bij de kleine
    groepen, extra handen in de groep en IGDI (interactieve gedifferentieerde directe instructie) aanpak. Het arrangement is voor kinderen met werkhoudingsproblemen, kinderen met kenmerken van non-verbale leerstoornissen en kinderen met een
    beneden gemiddelde intelligentie tot en met het niveau van moeilijk lerende. Ook kinderen met lichte spraak/taal problemen kunnen hier gebruik van maken.
    De logopediste in dienst van school kan de leerlingen extra begeleiden.
  2. behoefte hebben aan sociaal-emotionele en/of gedragsondersteuning waarbij deze aanpak gericht is op veiligheid, structuur en voorspelbaarheid. Terug te vinden in tijd, ruimte, interactie en activiteit. Te denken valt aan kinderen met ADHD, Oppositioneel Opstandige kinderen, kinderen met kenmerken van ASS (autistisch spectrum stoornissen) en kinderen met een onveilige hechting.
  3. behoefte hebben aan het arrangement voor kinderen met problemen in de motorische ontwikkeling, middels het aanbieden van MRT, fysio en ergotherapie.
    De ruimtelijke omgeving is aangepast. Daarbij moet u denken aan: Toegankelijkheid gebouw, grootte lokalen, inrichting speelplein, aparte lokalen en RT. ruimtes en een eigen gymzaal.
  4. behoefte hebben aan het kleuter arrangement. Het team beschikt over expertise op het gebied van: Jonge Leerlingen. Kinderen die onderwijs krijgen in een observatie
    groep voor 4 t/m 7 jarigen. Jonge kinderen die risico lopen in hun ontwikkeling. Ook jonge kinderen met spraaktaal problemen kunnen hier geplaatst worden.
    De logopediste in dienst van school kan deze kinderen individueel en in groepsverband extra begeleiden. In ons School Ondersteunings Profiel (SOP) vindt u de uitgebreide informatie over de arrangementen. Het motto van het samenwerkingsverband is: “Geen kind het eiland af”. Dat wil zeggen dat wij er naar streven elk kind dicht bij huis passend onderwijs aan te bieden. Daar basisscholen het liefst de kinderen in het dorp naar school willen laten gaan proberen zij, samen met ouders en verzorgers, zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de verschillende onderwijs- en opvoedingsbehoeften van ieder kind. Helaas lukt dit niet altijd. Dit kan betekenen dat scholen na het doorlopen van het Zorgtraject, waarbij ook aan school verbonden externe deskundigen worden geraadpleegd, een kind aanmelden bij de Ondersteuningscommissie (OC) van het samenwerkingsverband. Deze ondersteuningscommissie (OC) geeft dan aanbevelingen voor de verdere begeleiding.


Er zijn dan vier mogelijkheden:

  1. een pre ambulant medewerker van het samenwerkingsverband gaat de school ondersteunen
  2. een andere basisschool
  3. speciaal basisonderwijs: Dit betekent de keuze tussen onze school, de Willem Alexanderschool of 't Pluspunt van Acis.
  4. speciaal onderwijs

1.14.1. Toelating

Voor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs heeft u een Toelaatbaarheidsverklaring nodig. Deze wordt op verzoek van de Ondersteuningscommissie (OC) verstrekt door de directie van het samenwerkingsverband.

De procedure hiervoor wordt beschreven in het Schoolondersteuningplan en op de website van het samenwerkingsverband Passend Onderwijs Hoeksche Waard 2804.

1.15. Studenten in de school

Binnen CSG De Waard worden op de scholen studenten geplaatst en begeleid. Er zijn studenten die voor groepsleerkracht, voor onderwijsassistent en voor klassenassistent
studeren. Pabo-studenten worden begeleid volgens het Opleidingsplan “Opleiden in de School”.
De Pabo-opleiding en de school zien elkaar als natuurlijke partners bij het opleiden van studenten. Per school is er een schoolopleider aanwezig, die naast de praktijkbegeleider de studenten extra bezoekt en de contacten coördineert.

Wij zijn van mening dat we op deze manier onze toekomstige collega’s een goede praktijkervaring bieden en vinden dit belangrijk om een bijdrage te leveren aan goed onderwijs in de toekomst.

 

2. De leerlingen

2.1. Kleuters in het speciaal basisonderwijs

KLEUTERS BINNEN HET SPECIAAL BASISONDERWIJS
In de jongste groep binnen onze SBO school zitten kinderen tussen de 4 en de 7 jaar die risico’s lopen in hun ontwikkeling. Er zijn risicofactoren die een optimale ontwikkeling van het nog jonge kind ernstig belemmeren. De risicofactoren kunnen zeer uiteenlopend van aard zijn. Bovendien kan de ernst van de problemen sterk verschillen.

Zo zijn er jonge kinderen die een algehele ontwikkelingsachterstand hebben. Als deze kinderen een goede werkhouding hebben en een gemiddelde intelligentie, kunnen ze vaak tot behoorlijke (leer)prestaties komen.
Er zijn echter ook jonge kinderen met een beperkte ontwikkelingsachterstand, waarbij sprake is van een onvoldoende werkhouding. Soms komt dit voor in combinatie met emotionele problemen. Het kan zijn dat zo’n leerling meer moeite heeft zich te concentreren waardoor het leerproces moeizamer kan verlopen.
De jonge kinderen die risico's lopen hebben één ding met elkaar gemeen: er is vastgesteld dat ze, gedurende enige tijd, zijn aangewezen op een orthopedagogische en/of orthodidactische begeleiding.

 

 

2.1.1. We vinden het belangrijk dat:

  • De leerkracht/onderwijsassistent de ontwikkeling van de leerlingen goed volgt (aan de hand van een leerlingvolgsysteem).
  • De leerkracht ondersteuning krijgt van de intern begeleider.
  • De leerkracht in de groep hulp krijgt van een onderwijsassistent, zodat beiden in kleine groepen kunnen werken.
  • Er besprekingen zijn over de kinderen.
  • Er ondersteuning is in het dagelijkse onderwijs in de vorm van logopedie, (motorische) remedial teaching en spelbegeleiding.
  • Er ondersteuning gevraagd kan worden van de orthopedagoog en de maatschappelijk deskundige.

2.1.2. Doelen van ons onderwijs aan de jongste kinderen zijn:

  • Een brede ontwikkeling bevorderen: actief, initiatiefrijk en leergierig zijn, expressiviteit en creativiteit in denken en handelen stimuleren, communiceren met taal, over eigen handelen leren nadenken, zelfcontrole en zelfsturing kunnen toepassen, ontwikkeling van een positief zelfbeeld, over sociale eigenschappen leren beschikken.
  • Specifieke kennis en vaardigheden aanleren. De leerkracht bepaalt (in overleg met de intern begeleider) het onderwijsaanbod, hij bemiddelt tussen de behoeften van het kind en de doelen van het onderwijs. De leerkracht observeert, stuurt, begeleidt en speelt mee.

2.1.3. Het onderwijsaanbod heeft betrekking op:

  • het activiteitenaanbod (thema's, materialen, activiteiten)
  • het pedagogisch didactisch handelen van de leerkracht
  • de organisatie (inrichtingen van de klas, materialenvoorziening, dagschema's, rapportage en planning)
  • het stimuleren van mondelinge taal en communicatie

2.2. Kinderen met leer- en gedragsproblemen

Kinderen met leer- en gedragsproblemen hebben een zelfde intelligentie als kinderen die het op een gewone basisschool wel redden. Waarom hebben deze kinderen dan toch een school voor speciaal basisonderwijs nodig?
Meestal komt dit door een leerbelemmering, waardoor het leerproces niet goed verloopt en het kind het tempo van de reguliere basisschool niet bijhoudt; of door gedragsproblemen, die zo ernstig zijn, dat het kind hierdoor in zijn ontwikkeling geremd wordt.
Over het algemeen geldt dat de kinderen hun mogelijkheden te weinig kunnen benutten, waardoor ze minder goed presteren dan je op grond van hun aanleg zou verwachten.
Anders gezegd: ze kunnen hun intelligentie in het leerproces niet waarmaken.
Op de vraag waarom deze kinderen het op de basisschool niet redden, is geen eensluidend antwoord te geven.

2.2.1. Over het algemeen gaat het over:

  • Kinderen, die moeite hebben om informatie op te nemen en te verwerken, d.w.z. die de uitleg van de leerkracht niet volgen. Als ze dan aan het werk moeten, ontdekken ze, dat ze niet weten wat er moet gebeuren.
  • Kinderen die impulsief, snel afgeleid en over beweeglijk zijn of die zich slecht kunnen concentreren, waardoor ze niet goed tot werken komen.
  • Kinderen met geheugenproblemen. Bijvoorbeeld: als je ze om twee boodschappen stuurt, zijn ze er meestal één vergeten. Natuurlijk werkt dit ook belemmerend bij
    het leren op school.
  • Kinderen met een heel negatief zelfbeeld, die hun zelfvertrouwen kwijt zijn, faalangstig of ontmoedigd zijn. Zij zijn bang een taak niet aan te kunnen. Die angst werkt weer remmend op het leerproces. Deze kinderen zijn soms ook niet meer gemotiveerd om zich in te zetten. Soms uit hun gevoel zich in bravoure gedrag, (stoer doen), terwijl andere kinderen juist teruggetrokken en in zichzelf gekeerd worden. Bij deze kinderen kunnen gedragsproblemen ontstaan als gevolg van de leerachterstand.
  • Dyslectische kinderen, die ondanks hun inzet en ijver veel problemen hebben met het leren lezen en met spelling.
  • Kinderen met dyscalculie, hebben hardnekkige problemen met het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden op het gebied van rekenen & wiskunde.
  • Kinderen met emotionele problemen, die zoveel energie gebruiken om zich staande te houden, dat ze aan het leren van schoolse zaken eigenlijk niet toe komen.

2.3. Moeilijk lerende kinderen

Deze kinderen hebben bijna altijd een beneden gemiddelde intelligentie. Ze vinden het moeilijk om lezen, taal en rekenen te leren. Het moeilijk leren kan worden veroorzaakt,
doordat een kind het moeilijk vindt om kennis op te nemen (informatie opname). Het kan ook zo zijn dat een kind het geleerde onvoldoende kan vasthouden in het geheugen. Of, dat wat het leerde, niet kan toepassen in andere situaties (vaak nieuwe situaties die voor het kind niet vanzelfsprekend lijken op de vorige leersituatie).
Het moeilijk leren heeft niet alleen betrekking op het leren van schoolse vakken. Het kind kan het ook moeilijk vinden om gedragsregels te onthouden, of zich aan sociale afspraken te houden. Er zal dan veel begeleiding bij het spelen of het gedrag noodzakelijk zijn.
Moeilijk lerenden hebben vaak moeite om zich iets voor te kunnen stellen bij dingen (abstract denken). Het concreet denken lukt beter. Als je het woord huis leest, kun je aan het plaatje van een huis denken. Maar als zo'n kind een letter ziet, bijvoorbeeld de "b", kan het zich daar niets bij voorstellen. Als je dan zo'n stok met een half rondje ziet (een "b") vraag je je als kind af wat dat nou ook al weer was. In ons onderwijs moeten we dan ook het abstracte concreter maken. Zo kun je letters ondersteunen met plaatjes en/of gebaren. Het kind kan dan weer op het juiste spoor worden gezet. Veel moeilijk lerende kinderen hebben een achterstand op het gebied van de taalontwikkeling.
De woordenschat is beperkt, de zinsbouw is bij jonge kinderen vaak nog onvoldoende. De logopediste heeft hier een belangrijke taak bij het stimuleren van de taalontwikkeling. Als de taalontwikkeling achterblijft bij die van leeftijdgenoten, is het meestal moeilijk om gesproken taal te begrijpen. Als de leerkracht vertelt wat een kind moet doen en hoe een taak uitgevoerd moet worden, kan het zo zijn dat het kind niet heeft begrepen wat de juf of meester bedoelde. In ons onderwijs moeten we daar ernstig rekening mee houden. We moeten kinderen niet alleen de dingen vertellen, maar ze het ook laten zien (visueel maken). Bij veel moeilijk lerende kinderen is het visueel geheugen vaak beter dan het auditief (gehoor) geheugen.

2.4. Schoolkenmerken

  • Kleine groepen die ongeveer 10 tot 17 leerlingen tellen. Ze worden geleid door gespecialiseerde groepsleerkrachten, die passende nascholing hebben gevolgd voor het speciaal onderwijs.
  • Zelfstandigheid en samenwerking wordt zoveel mogelijk gestimuleerd. De leerling moet dit sociaal emotioneel en gedragsmatig niet als belemmerend ervaren. In dat geval zal er meer sturend begeleid worden.
  • Een sturend leerproces indien nodig. Het kind wordt, indien nodig, precies verteld wat het moet doen en hoe het de zaak moet aanpakken. Succes moet voor het kind verzekerd zijn.
  • Een verantwoorde leerpsychologie. Het onderwijs gaat uit van een leerpsychologie, die voorschrijft dat het leren in kleine stapjes moet gaan en gebaseerd moet zijn op
    voldoende voorkennis. Het kind moet weer ervaren, dat het goed presteert, dat het waardevol is en dat het de stof aankan. Het kind moet weer zelfvertrouwen krijgen en met plezier naar school gaan.
  • Een goed opvoedkundig klimaat. Een sfeer waarin het kind zich geaccepteerd weet, waarin het zich veilig voelt en waarin we ons richten op de totale ontwikkeling van
    het kind.
  • Voor elk kind wordt een persoonlijk ontwikkelingsperspectief opgesteld. Dat ontwikkelingsperspectief (opp) wordt zowel door ouders/verzorgers als door school
    ondertekend.
  • Aangepaste didactiek. Het onderwijs past zich aan bij de mogelijkheden en capaciteiten van het kind. Dit houdt in dat we goede en moderne methodes gebruiken en waar nodig zelf hulpprogramma's ontwikkelen voor lezen, spelling en rekenen. Dé methode voor het speciaal basisonderwijs bestaat niet. Voor elk van onze kinderen moeten andere accenten worden gelegd.
  • Remedial teaching wordt zowel aan individuele leerlingen als aan kleine groepjes gegeven. Dit geldt ook voor logopedie en motorische therapie.


 "Pesten". Daarnaast is het sociaal veiligheidsplan van Stichting de Waard ook op onze school van
toepassing. De leerlingen nemen deel aan alle voor hen bestemde onderwijsactiviteiten (Wet op het Primair Onderwijs, art. 41, lid 1). Het reken-, spellings- en leesonderwijs
vindt groepsdoorbrekend plaats. Iedere leerling werkt dan in een niveau- groep, soms bij een andere leerkracht. Het kind werkt dan in een groep met leerlingen uit andere
groepen van een zelfde niveau.

2.4.1. Groepsdoorbrekende lessen

Het reken-, spellings- en leesonderwijs vindt groepsdoorbrekend plaats. Voor het groepsdoorbrekend werken zijn de kinderen ingedeeld in een groep met het niveau waarop zij de het best van het onderwijs profiteren. Dit kan betekenen dat kinderen in een andere groep dan hun 'stamgroep', rekenen, lezen of spellen. Een groot voordeel hiervan is dat de instructie goed volgens het IGDI-model gegeven kan worden: klassikale instructie voor alle kinderen, verlengde instructie voor wie nog niet zelfstandig de les kan verwerken en extra zorg voor de kinderen die dat nodig hebben. 

Sommige kinderen, bijvoorbeeld nieuwe of jonge kinderen, kunnen het lastig vinden. Hier wordt uiteraard rekening meegehouden en per kind bekeken wat het best is. Overigens is onze ervaring dat het vrijwel altijd lukt om alle leerlingen mee te laten 'draaien' in het groepsdoorbrekende werken. 

2.5. Ontwikkelingsperspectief

Wij willen voor elke leerling passend onderwijs realiseren. De kern van passend onderwijs is, dat voor elke leerling de kansen op de beste ontwikkeling centraal staan.
We willen onderwijs geven waarin de leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen en waarbij uitgegaan wordt van de mogelijkheden van de leerling. Het werken vanuit
een ontwikkelingsperspectief sluit hierbij goed aan.
Op basis van alle beschikbare gegevens waarover de school beschikt, brengen we in beeld wat we met een leerling willen bereiken op de lange termijn en wordt het verwachte uitstroomniveau aangegeven. 

In het ontwikkelingsperspectief wordt beschreven wat de leerling nodig heeft om het verwachte uitstroomniveau te bereiken. De onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling worden
benoemd. Hierbij wordt uitgegaan van positieve (sterke) aspecten en belemmerende (zwakke) aspecten in het functioneren van de leerling. Het ontwikkelingsperspectief
moet de basis zijn voor de planning van het onderwijs. De planning van het onderwijs wordt vastgelegd in de groepsplannen.

2.6. Het pedagogisch klimaat

We handhaven een klimaat in de school dat de ontwikkeling van het kind bevordert. Binnen de school moet het kind zich veilig weten. Als het kind zich veilig en geaccepteerd voelt, wordt een situatie geschapen, waarin het zijn zelfvertrouwen kan herwinnen. Het kan weer leergericht bezig zijn en zich in nieuwe situaties begeven. Zo krijgt het kind nieuwe kansen om het gestagneerde leerproces weer in gang te zetten. Waar mogelijk zullen we het kind positief benaderen door het, door woord of gebaar, te laten merken dat wij blij zijn met wat hij of zij presteert. (Een plaatje, een complimentje, een spelletje of een leuk werkje.) Positief benaderen betekent ook: zeggen hoeveel woorden, sommen en dergelijke, goed gemaakt zijn i.p.v. de fouten te benadrukken.

2.6.1. Voor onderwijs in een goed pedagogisch klimaat is het nodig dat:

  • Veiligheid en begrip geboden wordt.
  • Kind en leerkracht bestaande moeilijkheden aanvaarden.
  • Het kind, voor zover mogelijk, inzicht gegeven wordt in zijn mogelijkheden en onmogelijkheden.
  • Aansluiting gevonden wordt bij de sterke kanten van het kind. (compensatie)
  • Waar dat kan, de hulp niet te individueel, maar in kleine groepjes aangeboden wordt. (Kind is deel van de gemeenschap)
  • Aangesloten wordt bij het niveau van de leerling.
  • Rust, structurering, ordening en overzichtelijkheid geboden wordt.
  • De leerkracht motiveert (en laat de lessen motiveren) en inspireert.
  • Een goede werkhouding ontwikkeld wordt.
  • Onaangepast gedrag gecorrigeerd wordt.
  • Leerlingen, die dat nodig hebben, de gelegenheid gegeven wordt het leren af te wisselen met spel. Binnen de relatie met de leraar zal het kind geleidelijk aan gebracht worden tot taakbesef en leerprestaties.
  • De leerling, door een goede didactische benadering, positieve leerervaringen opdoet.



2.6.2. Rots & water

Iedere week zijn er specifieke lessen sociaal-emotionele vorming; Rots & Water lessen. Tijdens deze lessen is er aandacht voor de gevoelens van het kind, zelfbeeld van het kind, gevoelens van anderen en relaties met anderen. Deze lessen worden door de leerkracht verzorgd, zij hebben hiervoor een training verzorgd of gaan dat doen.

De lessen worden gegeven in de gymzaal of in de groep zelf. Soms in alleen, tweetallen of met heel de groep. Geoefend wordt hoe je 'goed met elkaar én met jezelf omgaat'. Ook op andere momenten, of in situatie met ongewenst gedrag, wordt teruggegrepen naar deze lessen.



3. Organisatie

In een groep worden gemiddeld 10 tot 17 leerlingen geplaatst. De school heeft momenteel 5 groepen waarvan één groep voor jonge leerlingen in de leeftijd van 4 t/m 7 jaar. Het uitgangspunt is: in de onderbouw minder leerlingen per groep dan in de bovenbouw. Dit omdat de zelfstandigheid van de kinderen steeds verder toeneemt bij het ouder worden.
Bij de groepsindeling zal het gewenste pedagogische klimaat voor het kind zwaar wegen, eventueel zwaarder dan het bereikte didactische niveau. Bij de indeling wordt rekening gehouden met:

• Het verstandelijke niveau van het kind
• Het niveau van de leerprestaties
• De leeftijd
• Het gedrag
• De relatie met de groep en de groepsleraar

Het verstandelijke niveau is een belangrijk aspect. Een moeilijk lerend kind heeft een lager verstandelijk niveau dan een kind met leer en ontwikkelingsachterstanden.
We hebben groepen waar deze leerlingtypen gescheiden zijn. Er zijn ook gemengde groepen. De groepsindeling is er op gericht ieder kind zo optimaal mogelijk onderwijs te kunnen bieden. Zo kan iedere leerling zich naar zijn of haar mogelijkheden ontwikkelen.
Voor de vakken Rekenen & Wiskunde, spelling en (technisch)lezen wordt er groepsdoorbrekend gewerkt.
Deze vakken worden veelal in de ochtend gegeven. Alle groepen werken dan op de zelfde tijd aan het zelfde vak. De kinderen krijgen dan les op hun eigen niveau.

3.1. Samenstelling van het team

Het team van de Willem Alexanderschool bestaat uit 19 mensen, onderwijspersoneel én onderwijs ondersteundend personeel.

Alle groepen hebben twee groepsleerkrachten die in deeltijd werken, zij begeleiden de leerlingen het meest intensief.

Maar er is contact tussen àlle medewerkers van de Willem Alexanderschool en de leerlingen Bijvoorbeeld bij het groepsdoorbrekend werken, op het plein (pleinwacht), het lunchen, het gymmen. Daarnaast krijgen de leerlingen te maken met de intern begeleider, de orthopedagoog, de logopediste, schoolmaatschappelijk werkende enz. 

In het Zandkasteel worden de leerkrachten bijgestaan door twee onderwijsassistenten, zij werken ook in deeltijd.

Een pedagogisch medewerker is alle dagen beschikbaar om leerlingen die tijdelijk niet in de groep kunnen zijn op te vangen. Hiervoor is een apart lokaal beschikbaar. Deze opvang kan bijdragen om ongewenst gedrag op te vangen of te voorkomen. 

3.2. Vervolgonderwijs

We geven geen eindonderwijs. Na ons basisonderwijs volgt altijd een vervolgopleiding. Kinderen met leer- en gedragsproblemen kunnen veelal naar een school, of scholengemeenschap, waar VMBO gevolgd kan worden.
De meeste van deze leerlingen volgen binnen deze scholen de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg. Een aantal kinderen gaat theoretische leerweg volgen. Een enkele keer stroomt een leerling uit naar een brugklas op HAVO/VWO niveau.

Bij alle drie de leerwegen (theoretisch, kaderberoeps- en basisberoepsgericht) kan leerwegondersteuning worden aangevraagd. Dit betekent dat de leerling via een aangepast programma en in kleinere groepen de leerweg kan volgen.

Moeilijk lerende kinderen kunnen in aansluiting op onze school meestal naar een school, of scholengemeenschap, waar de beroepsgerichte leerweg gevolgd kan worden.
De meeste van deze leerlingen volgen binnen deze scholen de basisberoepsgerichte leerweg. Bij deze leerweg wordt bijna altijd leerwegondersteuning aangevraagd.


Een kleiner aantal leerlingen gaat naar het praktijkonderwijs.


Waar een kind het best tot zijn recht komt, hangt af van de mate waarin hij de leerstof van het basisonderwijs beheerst, zijn mogelijkheden en zijn interesse. Verder heeft het intelligentieniveau veel invloed op de uitstroomrichting.

3.2.1. Uitstroom schooljaar 2018-2019

Eind schooljaar 2017-2018 hebben  leerlingen de overstap gemaakt naar het voortgezet onderwijs.

2 leerlingen naar het VMBO kaderberoepsgerichte leerweg  (13%)
5 leerlingen naar het VMBO basis/kaderberoepsgerichte leerweg (31%)
5 leerlingen naar het VMBO basisberoepsgerichte leerweg (31%)
4 leerlingen naar het praktijkonderwijs (25%)
   
Van deze leerlingen krijgen er 9 leerwegondersteunend onderwijs (56)

 

3.3. Kwaliteitsbeleid

Tot slot is het van belang het kwaliteitsbeleid te beschrijven.
Dat beleid is namelijk de basis voor goed onderwijs in een speciale school. Dit beleid is er op gericht de kwaliteit van het onderwijs in de school te verbeteren.
Daarom hebben we als team ook een visie en een missie ontwikkeld om onze doelstellingen te bereiken.

3.3.1. Visie

De Willem Alexanderschool is een school voor speciaal basisonderwijs, waar kinderen met leerproblemen en gedragsproblemen de kans krijgen zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen.
Om dat te bereiken willen we ons richten op de basisbehoeften:
relatie, competentie en autonomie. Eigenheid, verantwoordelijkheid en optimisme zijn hierbij de leidende kernwaarden.


In ons onderwijs hanteren we deze uitgangspunten als volgt:

  • Binnen het orthopedagogische en -orthodidactische schoolklimaat moeten kinderen weten dat ze gewaardeerd worden. Ze leren vertrouwen stellen in de ander, zodat de ander kan bijdragen aan de ontwikkeling van het kind (relatie).
  • Onze kinderen moeten (weer) geloven in eigen kennen en kunnen, waardoor ontwikkeling mogelijk wordt (competentie).
  • Kinderen worden zelfstandig en realiseren een eigen aandeel in hun ontwikkeling en leren. Zo ervaren en leren de leerlingen dat ze een probleem zelf aankunnen
    (autonomie).

Voor het onderwijs betekent dit dat we samen een omgeving
creëren waarin recht wordt gedaan aan verschillen in onderwijsbehoeften van kinderen. We streven voor de leerlingen hoge, maar realistische doelen na. We zorgen ervoor dat de kinderen weer zin krijgen in leren en met plezier naar school komen.
Om dit te realiseren streven we er naar onderwijs te geven in zo klein mogelijke groepen en hebben of ontwikkelen de leerkrachten gespecialiseerde, actuele kennis van de leeren
gedragsproblemen die zich bij de leerlingen kunnen voordoen. Leerkrachten zijn in staat hiernaar op professionele wijze te handelen en schakelen externe deskundigen
in wanneer dit nodig is.

Ouders zijn voor ons de partners in de opvoeding; zij zijn immers de ervaringsdeskundigen bij uitstek als het om hun kinderen gaat.

3.3.2. Missie

Onze visie laat zich als volgt samenvatten:


‘SAMEN MAKEN WE HET ONDERWIJS SPECIAAL’



3.4. Enquetes ouders en leerlingen

Periodiek wordt op alle scholen van CSG De Waard d.m.v. een enquête (vragenlijst) onderzocht hoe u over het onderwijs denkt, bent u tevreden, wat kan er verbeterd worden?

Om het jaar wordt een tevredenheidsonderzoek gedaan onder zowel ouders als (oudste) leerlingen. Jaarlijks is er een onderzoek naar de veiligheid, tweejaarlijks wordt ook de tevredenheid onderzocht.

Met de uitslag van deze vragenlijsten krijgen we een beeld over waar verbeteringen mogelijk zijn, wij vinden het daarom enorm belangrijk om een hoge respons te krijgen waardoor de uitslag representatief is.

De onderzoeken worden afgenomen in februari, hiervoor krijgt u via de mail een link om de vragenlijst te activeren. Het is ook mogelijk om de vragenlijst op papier mee te krijgen.

De (oudste) leerlingen van school maken de vragenlijst op school. Dit doen zij zelfstandig op een chromebook.

Het spreekt voor zich dat het invullen, ook van de leerlingen, anoniem gebeurt.

 

 

3.4.1. Uitkomst ouders

In mei 2017 is de Vragenlijst Tevredenheid afgenomen. De respons op de vragenlijst is te laag om de uitslag als betrouwbaar en representatief te bestempelen, 28% van de ouders heeft gereageerd. Het gemiddelde cijfer dat deze ouders echter geven aan school is een dikke acht!

De 

 

3.4.2. Uitkomst leerlingen

De leerlingen hebben mei 2018 een vragenlijst 'Veiligheid' ingevuld. 

De groepen Torenkamer, Vuurtoren en Herberg hebben hier aan deelgenomen, de respons is 

 

De leerlingen hebben ook de vragenlijst Tevredenheid ingevuld. Hiervan is de respons 100% en daarmee wel (zeer) respresentatief en betrouwbaar. 


De enige vraag die zwak heeft gescoord is de vraag: “hoe graag ga je naar school”. Hierbij moet opgemerkt worden dat er ongeveer evenveel kinderen de score ‘helemaal niet’ als ‘helemaal wel’ hebben gegeven en is het antwoord op de vraag: “heb je het naar je zin op school” wel goed gescoord.


De hoogste en laagste scores (vanaf 3.00 voldoende):

Sfeer op school
Heb je het naar je zin in de groep: 3,47
Hoe graag ga je naar school: 2,69


De lessen op school
Hoe goed helpt je juf als dat nodig is?: 3,43
Hoe tevreden ben je over wat je leert op deze school?: 3,23


De veiligheid op school
Ik word online gepest door andere leerlingen: 3,79
Mijn juf of meester helpt bij het oplossen van ruzies van tussen leerlingen: 3,06

 

 

3.5. Inspectierapport

Op donderdag 9 juni 2016 heeft de Onderwijsinspectie een bezoek gebracht aan de Willem Alexanderschool.
In alle groepen is een inspecteur geweest om lessen bij te wonen. Daarnaast zijn er gesprekken geweest met: ouders, leerlingen van de hoogste groepen, teamleden, IB-ers
en directie en is er gekeken naar plannen, evaluaties en lesvoorbereidingen op papier. Twee inspecteurs zijn er de hele dag druk mee geweest. Dat is best een beetje spannend, we zijn daarom blij dat de inspectie tevreden is over de school. Trots zijn we op de goede beoordeling voor de structuur die geboden wordt en de manier waarop er op
school voor wordt gezorgd om op een respectvolle manier met elkaar om te gaan. Heel duidelijk heeft de inspectie kunnen constateren dat we op school veel doen aan het
sociaal emotioneel leren. De Rots & Water lessen hebben zeker resultaat.
Voor de vierde keer op rij hebben we nu een voldoende gekregen. En de inspectie heeft weer groei geconstateerd. Als aandacht punt geeft de inspectie mee voor de toekomst
dat we planmatiger moeten werken op schoolorganisatorisch gebied. En dat we nauw moeten samenwerken en overleggen met de andere sbo.school en so.school waarmee we in de toekomst in één gebouw komen te zitten. Het totale rapport ligt ter inzage bij de directeur van de school en is te vinden op de website van de inspectie:
www.onderwijsinspectie.nl

3.6. Verbeterplannen

In de verbeteringsplannen die zijn opgenomen in het schoolplan 2015-2019 wordt beschreven aan welke punten er in de komende jaren gewerkt zal worden.
Zaken die het komende schooljaar in ieder geval de nodige aandacht zullen krijgen zijn o.a.:

Het herijken van en indien nodig maken van nieuwe afspraken op het gebied van orthodidactisch handelen. In schooljaar 2016-2017 hebben wij als team een aantal studiedagen gevolgd van Kees van Overveld over zijn 'Groepsplan Gedrag'. 

Het borgen en nagaan van gemaakte afspraken op het gebied van zorg en kwaliteitsbeleid. 

Het gebruik maken van de professionaliteit binnen het schoolteam, door te kijken bij elkaar in de groepen en zo een lerende organisatie te zijn.

 

3.7. Overige zaken met betrekking tot beleid

Actief burgerschap, sociale integratie, seksualiteit en seksuele diversiteit.


We vinden het van groot belang dat leerlingen worden opgevoed als Nederlands staatsburger. Op onze lesroosters en op de rapporten zult u dit niet als vak tegenkomen.
Actief burgerschap is het kunnen en willen participeren in de samenleving. Een actieve burger, hoe jong ook, heeft de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een
gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.
In en buiten de lessen is daar veel aandacht voor. Elk jaar wordt er aandacht besteed aan goede doelen waarvoor leerlingen activiteiten ontplooien. Tijdens de organisatie van activiteiten als de sinterklaasviering, Kerstmis, projecten en feesten, leren leerlingen met elkaar overleggen en rekening met elkaar te houden. In de godsdienstlessen en de Leefstijl lessen, leren leerlingen respectvol om te gaan met elkaar, voor zichzelf op te komen en op een goede manier te zeggen wat ze denken en voelen. Tevens leren
de kinderen respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen, met daarbij aandacht voor seksualiteit en seksuele diversiteit.
Tijdens wereldoriëntatie, muziek, geschiedenis, aardrijkskunde en taal is er aandacht voor onze multiculturele samenleving. De school besteedt op alle fronten aandacht aan preventieactiviteiten met betrekking tot ongewenste n gewenste leefgewoonten. Hierbij valt te denken aan ding, pestgedrag, drugsgebruik en (internet)verslaving.
Waarden en normen, zichtbaar gedrag, komt uiteraard ook aan de orde bij vakken en in de sociaal emotionele ontwikkeling, maar is vooral zichtbaar in de dagelijkse omgang tussen leerkrachten en leerlingen en leerlingen onderling. En natuurlijk is er, om grenzen te stellen, een relatie met de schoolregels die wij op onze school hanteren:

 

4. Schools abc

4.1. Aanmelding en toelating

Kinderen die leer- en/of gedragsproblemen hebben, worden niet zonder meer toegelaten tot de school.
Een basisschool behoort, zoals afgesproken in het School Ondersteunings Profiel (SOP), alles te doen wat in het vermogen ligt om een leerling te helpen. Als de basisschool vervolgens geen mogelijkheden meer in huis heeft, handelingsverlegen is, kan zij een onderzoek/advies aanvragen bij de Ondersteuningscommissie van het samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Hoeksche Waard 28.04. Als blijkt dat de leerling speciaal basisonderwijs nodig heeft, zal de Ondersteuningscommissie een toelaatbaarheidsverklaring afgeven. Alleen met deze verklaring is een leerling toelaatbaar tot het speciaal basisonderwijs. U kunt uw kind met een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal basisonderwijs aanmelden bij onze school.

Passend Primair Onderwijs Hoeksche Waard: 078-6295994

www.swv2804.nl

info@swv2804.nl

 

4.2. Administratie

ADMINISTRATIE
Bezoekadres:
Jordaensdreef 1
3262 HL Oud-Beijerland
Tel.: 0186 - 612578


Postadres:
Postbus 1313
3260 AH Oud-Beijerland


E-mail: willemalexander@csgdewaard.nl

 

 

4.3. Adreswijzigingen/controle naw gegevens

Geeft u een nieuw adres of gewijzigd telefoonnummer zo spoedig mogelijk door aan de administratie?

Om onze administratie zo up-to-date mogelijk te houden vragen wij aan het begin van het schooljaar deze gegevens te controleren en eventueel te wijzigen of aan te vullen. Hierover krijgt u op de informatie-avond  bericht. 

4.4. Agenda

Voor een overzicht van activiteiten en data verwijzen we naar de nieuwsbrieven en/of website.

 

4.5. Bezoek aan de school

U kunt een afspraak maken met de groepsleerkracht om eens een deel van de dag door te brengen in de groep van uw kind. U weet dan wat meer van de sfeer en kunt de verhalen van uw kind over school wat beter begrijpen.

4.6. Computers in de school

In de school is een computernetwerk en een wifinetwerk aanwezig. In iedere groep is minimaal één computer die aangesloten is op dit netwerk.

De leerlingen maken in de lessen gebruik van een chromebook te ondersteuning van de les. Via deze computers kunnen kinderen gebruik maken van e-mail en internet. Op iedere computer staat software die gebruikt kan worden bij: verwerking van leerstof, verdieping in de leerstof, zorgverbreding, het herhaald leren van zaken die moeilijk zijn.

De school gebruikt goede software ter ondersteuning van de belangrijkste vakken. We streven naar een zo zelfstandig mogelijk gebruik van de computers door de leerlingen. 
De leerkracht speelt daarin een zeer belangrijke rol. 

4.6.1. Social media en mobiele telefoons

Het gebruik van social media en mobiele telefoons is niet meer weg te denken uit onze maatschappij, ook niet door (jonge) kinderen.

Naast alle voordelen en leuke momenten die dit gebruik met zich meebrengt, zijn er ook nadelen. Verkeerd of onhandig gebruik kan pesten er ruzie veroorzaken.

Het is belangrijk dat de leerlingen daarom op een verantwoorde manier om leren gaan met social media. Wat kan wel en wat kan niet? Wat kunnen de gevolgen zijn van een geplaatst bericht?

Omdat de telefoon een belangrijk communicatiemiddel is, zeker voor leerlingen die vaak niet dicht bij school wonen, begrijpen wij dat de telefoons mee naar school komen. Gedurende de dag, als de leerlingen de telefoon niet nodig hebben, worden de telefoons verzameld en bij de leerkracht bewaard

Vooral in de bovenbouw, maar indien nodig ook in de groepen met jongere leerlingen, wordt aandacht besteed aan verantwoord mediagebruik. Tijdens de lessen, maar ook op momenten dat er iets speelt in de groep of media.

Om de leerlingen verantwoord met social media om te leren gaan hebben wij uw hulp hard nodig. Juist omdat het door de techniek mogelijk is ook buiten schooltijd contact met elkaar te hebben, hebben wij onvoldoende zicht op wat er gebeurt. Akkefietjes die op school beginnen, kunnen thuis doorgaan en andersom. Door elkaar op de hoogte te houden van wat er speelt kunnen we snel bijsturen als dat nodig is.

4.7. Fruit, eten en drinken

De kinderen nemen zelf hun fruit en lunchpakket mee naar school. Wij stimuleren het eten van fruit en hebben op woensdag, donderdag en vrijdag "fruitdag". Verwacht wordt dat uw kind dan voor de kleine pauze een stuk fruit meeneemt. Voor de overige dag mag een 'gezonde' koek ook. Elk jaar proberen wij mee te doen met het Europees programma ter bevordering van het eten van fruit. Dit programma levert scholen een periode fruit. Voor dit programma moeten wij ons steeds opnieuw inschrijven waarna wij eventueel ingeloot worden. Hierover wordt u via de Nieuwsbrieven en mail geïnformeerd.Indien nodig kan het lunchpakket in een koelkast op school bewaard worden. 

Voor zowel de ochtend- als lunchpauze is het mogelijk om via Campina schoolmelk aan te vragen. Bij de administratie zijn formulieren verkrijgbaar of dit is aan te vragen bij de website van Campina: www.campina.nl.

Zelf drinken meenemen mag uiteraard ook, maar geen koolzuurhoudende of energiedrankjes!

 

4.8. Fotograaf

Een keer per jaar worden er schoolfoto's gemaakt door een fotograaf, zowel klassen- en individuele foto’s.

Hierover krijgt u via de Nieuwsbrief en mail bericht. 

4.9. Godsdienstonderwijs

In het rooster is godsdienstige vorming opgenomen, hiervoor gebruiken wij de methode Trefwoord. Daarnaast besteden wij aandacht aan de christelijke feestdagen. Deze worden met alle kinderen samen gevierd, vaak zijn ouders hierbij welkom. 

4.10. Gouden regels

Sociale vaardigheden en een prettige, veilige leeromgeving staan op de Willem Alexanderschool hoog in het vaandel. Wat betekent jouw gedrag voor een ander? En dat van een ander voor jou? Hoe maken we het op school zo fijn mogelijk voor iedereen?

Op school wordt hier veel tijd aan besteed. In de lessen van Rots en Water, maar ook door middel van de Gouden Regels van de professoren Knap & Slim.

Deze professoren helpen de kinderen te onthouden hoe iedereen zich op school moet gedragen om het fijn te hebben. 

KNAP staat voor: Kalm, Netjes, Aardig, Prettig (voor de jongere leerlingen)

Kalm: we worden niet gelijk boos als iets niet gaat zoals we willen.
Netjes: we zijn netjes op de spullen van een ander en van onszelf.
Aardig: we zijn aardig voor elkaar, gebruiken geen lelijke woorden.
Prettig: we gedragen ons prettig en houden ons aan deze afspraken.

en 

SLIM voor: Sportief, Lief, Interesse, Moedig (voor de oudere leerlingen)

Sportief: we zijn sportief naar elkaar en kunnen fouten toegeven.
Lief: we zijn lief voor elkaar en sluiten niemand buiten.
Interesse:we hebben interesse in elkaar en in wat we moeten leren op school.
Moedig: we zijn moedig, durven ook voor anderen op te komen

 



.

 

4.11. Gymles

Twee keer per week krijgen de leerlingen gymles op school. De gymlessen worden door een vakleerkracht gegeven. Zorgt u voor gymkleding: een turnpakje of een gymbroek en een T-shirt, gymschoenen worden aangeraden. 

De gymlessen vinden in schooljaar 2018-2019 plaats op maandag en dinsdag (Zandkasteel maandag en vrijdag).

 

4.12. Herhalingsonderzoeken

De groepsleerkrachten worden in hun taak ondersteund door het zorgteam. Regelmatig worden er onderzoeken gedaan, door de groepsleerkracht en de intern begeleider.
Als dat wenselijk is, kan er ook een psychodiagnostisch onderzoek en/of een observatie door de orthopedagoog, gedaan worden. Ook een gesprek van de schoolmaatschappelijk
werkende met de ouders kan onderdeel van een onderzoek zijn. De jeugdarts kan vanuit het zorgcentrum uw kind oproepen voor een medisch onderzoek.
Het onderzoek wordt altijd van tevoren bij u aangekondigd. U hoort dan ook wat de reden is om uw kind te gaan onderzoeken. Om een goed inzicht in de ontwikkeling van uw kind te krijgen, bepalen de gegevens die de leerkracht in het leerlingvolgsysteem heeft vastgelegd en de verslaggeving van de groepsleerkracht nadrukkelijk mede het beeld dat van het kind ontstaat. Het herhalingsonderzoek wordt door ons met de ouders besproken.

4.13. Huiswerk

In de onderbouw wordt nog nauwelijks huiswerk gegeven, wel kan het voorkomen dat aan ouders gevraagd wordt woordrijtjes te lezen met hun kind of de tafels te oefenen.
Het gaat dan om ten hoogste tien minuten per dag. In de middenbouw (leerlingen vanaf ongeveer 9 jaar) is er nog niet veel, maar wel regelmatig, huiswerk. Het gaat dan bijvoorbeeld om het leren van woordpakketten voor spelling, het maken van een spreekbeurt of een boekbespreking.
Ook in de middenbouw vragen we ouders soms woordrijtjes te lezen met hun kind of de tafels te oefenen.In de bovenbouw willen we de kinderen gaan voorbereiden op het vervolgonderwijs en krijgen ze afhankelijk van hun waarschijnlijke uitstroomniveau meer of minder huiswerk mee. Er wordt gewerkt met een agenda en er kan huiswerk voor alle vakken meegegeven worden, het kan dan bijvoorbeeld gaan om het leren van repetities voor Engels of de zaakvakken, maar ook om het maken van oefeningen voor taal of rekenen.

4.14. Inspectie van het onderwijs

Als u vragen heeft over het onderwijs waarvan u denkt dat de inspectie van het onderwijs daar antwoord op weet kunt u contact opnemen met de inspectie.
Daar is een landelijk nummer voor (via postbus 51).
De adresgegevens van de onderwijsinspectie zijn:
www.onderwijsinspectie.nl
info@owinsp.nl
Tel.: 088 - 669 6000 (gratis)


Op de website van de onderwijsinspectie kunt u lezen wat de mening van de inspectie over onze school is. U zoekt dan op naam van de school binnen Oud - Beijerland.
Het laatste inspectierapport ligt ook ter inzage voor ouders op de school. Voor klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek
geweld is er een ander telefoon nummer.
In die ernstige gevallen belt u 0900 -1113111 (lokaal tarief).

4.15. Interne begeleiding

De intern begeleider houdt de ontwikkeling van de kinderen bij en toetst deze regelmatig. Zij voert regelmatig terugkerende groeps-, en leerlingbesprekingen.
Deze besprekingen zijn een belangrijk onderdeel van de begeleiding. Naar aanleiding van
deze besprekingen kan aanvullend onderzoek worden afgesproken om op bepaalde hulpvragen antwoord tekunnen geven.
De intern begeleider adviseert de groepsleerkrachten en begeleidt het onderwijsproces.

4.16. Jeugdgezondheidszorg (jeugdarts)

Als uw kind geplaatst is op onze school ontvangt u in sommige gevallen een schriftelijke uitnodiging voor een gezondheidsonderzoek dat door de jeugdarts en de assistente van Careyn wordt uitgevoerd. Dit onderzoek blijft achterwege als uw kind kort geleden nog bij de jeugdarts is geweest, bijvoorbeeld in groep 2. U krijgt bij de uitnodiging van Careyn het verzoek om een lijst met vragen over de gezondheid en de ontwikkeling van uw kind in te vullen.
Bij het onderzoek wordt de lengte en het gewicht gemeten. De ogen en het gehoor en de verdere lichamelijke ontwikkeling worden onderzocht. Er wordt met u gepraat over bijvoorbeeld de eetgewoonten, vriendjes en hobby’s van uw kind. De jeugdarts zal ook met u bespreken hoe u en uw kind de plaatsing ervaren. Van het onderzoek wordt door de jeugdarts, met uw toestemming, een verslag gemaakt voor de school. In dit verslag kan de jeugdarts ook aandacht vragen van de school voor eventuele lichamelijke of andere aspecten waar extra zorg voor nodig is.
De gegevens van de jeugdarts zijn erg belangrijk voor de onderwijskundige begeleiding op onze school. Denkt u bijvoorbeeld aan verminderd zien of horen. Het is dus nodig dat de ouders bij het onderzoek aanwezig zijn. Als uw kind in de bovenbouw van onze school zit (ongeveer op de leeftijd van groep 7) volgt een herhalingsonderzoek door de jeugdarts en assistente. Opnieuw wordt de lengte en het gewicht gemeten, worden de zintuigen getest, en wordt de lichamelijke ontwikkeling en houding bekeken. De jeugdarts wil ook graag weten hoe het met uw kind gaat. Tussen de twee genoemde onderzoeken in kan de school altijd een extra onderzoek aanvragen. Dat doen we niet zomaar. De school geeft dit van tevoren bij u aan. Heeft u vragen over de gezondheid of welbevinden van uw kind dan kunt u ook op andere momenten een afspraak
maken met de jeugdarts.
Antwoord op veel van uw vragen over gezondheid en welbevinden kunt u vinden op de website van Careyn:
www.careyn.nl
Op deze website staan ook de openingstijden / bereikbaarheid
van Careyn. Ook vindt u hier informatie over
(kinder) ziekten, beweging, groei en ontwikkeling.
Adres en telefoonnummer jeugdarts

Vestiging Careyn Oud-Beijerland
De Vriesstraat 2
3261 PC Oud-Beijerland
Tel.: 0186 - 57 84 00

4.17. Kangoeroeklas

Met sprongen vooruit!

In de Kangoeroeklas’. In deze klas wordt onderwijs' verzorgd aan hoogbegaafde leerlingen. Deze kinderen denken anders, leren anders, redeneren anders. Naast uitdaging op cognitief gebied, aangeboden op de basisschool, hebben hoogbegaafde leerlingen behoefte aan contacten met ontwikkelingsgelijken. In de Kangoeroeklas wordt aan deze behoefte tegemoet gekomen. Kinderen kunnen deelnemen als zij gediagnosticeerd hoogbegaafd zijn of een hoge intelligentie hebben én hinder ondervinden van hun eigen begaafdheid. De leerlingen komen één dagdeel per week bij elkaar en krijgen een speciaal programma aangeboden.


Dit programma bestaat uit drie onderdelen:

  • Activiteiten gericht op sociaal-emotionele ontwikkeling. Stategische spellen, filosofie, drama, beeldende kunst enz. 
  • Activiteiten gericht op kennis- en vaardigheden. Gezamenlijke en individuele projecten op het gebied van rekenen, taal (waaronder een vreemde taal) en wereldoriëntatie.
  • Individuele projecten op basis van de eigen keuze van de leerling. 

Aanmelden voor de Kangoeroeklas geschiedt via de intern begeleider van de school van uw zoon/dochter.

4.18. Klachtenregeling/Vertrouwenspersoon

Als u zaken, die op school gebeuren, niet begrijpt, als dingen m.b.t. de school u niet lekker zitten, als u zich afvraagt hoe iets precies in elkaar steekt, als u zich zorgen
maakt, als u problemen heeft met uw kind m.b.t. het naar school gaan of b.v. de verhouding met zijn/haar leerkracht, kortom als u twijfelt of iets wel goed zit, aarzel dan niet om de zaak te bespreken met de groepsleerkracht. Komt u er samen niet uit, dan kunt u altijd een beroep doen op een directielid. Het kan zijn dat uw probleem van zodanige aard is dat u er vooralsnog eigenlijk liever met een meer onafhankelijk persoon over wilt praten. In dat geval kunt u een afspraak maken met de vertrouwenspersoon binnen de school: mw. M. Noordhof. Zij is telefonisch te bereiken via school (0186 - 612 578). Als u overweegt een klacht in te dienen, kan dat via de vertrouwenspersoon van de
stichting, de heer A. Berger (0186 - 613 013). Ook kunt u de onafhankelijke klachtencommissie inschakelen als u vindt dat het probleem niet naar behoren
is afgehandeld. De school hanteert een klachtenregeling die ouderverenigingen, vakbonden en besturen hebben opgesteld. Een exemplaar van de klachtenregeling ligt op
school ter inzage. Het adres van de onafhankelijke klachtencommissie is:
Geschillencommissies Bijzonder Onderwijs (GCBO)
Postbus 82324
2508EH Den Haag
Tel.: 070 - 386 16 97

4.19. Kleding op school

De school hanteert geen kledingcode. De school behoudt zichzelf wel het recht voor om leerlingen of hun ouders aan te spreken op het dragen van bepaalde kleding door leerlingen. We zijn van mening dat bepaalde kleding ongewenst kan zijn als ze niet klopt met de opvoedkundige visie van de school. Ook als we denken dat bepaalde kleding maatschappelijk niet gewenst is zullen we dit bespreken. We denken bijvoorbeeld aan te schaars gekleed zijn of bijvoorbeeld aan kleding die teveel in relatie staat met geweld (ook bepaalde teksten op T-shirts of andere kleding vinden we soms niet verantwoord). We gaan op zo’n moment met u in gesprek waarbij we er van uitgaan dat we daar met elkaar op een goede manier uitkomen.

4.20. Lesmateriaal

Alle lesmaterialen worden door de school verstrekt. Voor het chromebook krijgt elke kind een eigen (eenvoudige) koptelefoon.Wij verwachten wel dat er op een zorgvuldige wijze mee omgesprongen wordt. Als er moedwillig materialen kapot gemaakt worden of met regelmaat kwijt raken, zullen wij de kinderen vragen de spullen zelf mee te nemen van huis. Hierbij moet u denken aan potloden, pennen, gummen.

Voor het vervangen van de koptelefoon vragen wij € 2,--.

 

4.21. Lesuitval

Wij trachten lesuitval zoveel mogelijk te vermijden.Bij ziekte van de groepsleerkracht proberen wij:

  • de duo-leerkracht in te zetten
  • een andere leerkracht van de Willem Alexanderschool in te zetten
  • een ambulante collega in te zetten
  • een invaller van de invallijst van de stichting in te zetten

Als er helemaal geen vervanging mogelijk is, kunnen drie noodmaatregelen voor één dag of dagdeel worden toegepast:

  • de groep wordt verdeeld over andere groepen
  • de groep krijgt vrij 

 

4.22. Logopedie

Op de Willem Alexanderschool is een logopedist verbonden waardoor het mogelijk is snel en adequaat hulp te bieden bij problemen bij de taal- of spraakontwikkeling. Van elke leerling die op school komt wordt bekeken of het dossier aanleiding geeft voor een logopedisch onderzoek. Van dit onderzoek wordt een verslag gemaakt en indien nodig een behandelingsplan opgesteld. De behandelingen vinden plaats op school, onder schooltijd. Soms individueel, soms in (kleine) groepjes. 

In de bovenbouw helpt de logopedist ook aan het plannen en voorbereiden van bijvoorbeeld spreekbeurten of de eindmusical. De beschikbare tijd is beperkt, soms zullen er prioriteiten gesteld moeten worden waarbij de jongere kinderen voorrang krijgen. Als het nodig is kan er een verwijzing gegeven worden voor een particuliere praktijk. 

4.23. Medezeggenschapsraad (MR)

De MR van de Willem Alexanderschool bestaat uit een vertegenwoordiging van zowel ouders als teamleden. Het bevoegd gezag (bestuur) en de MR zijn beiden gericht op een goed functionerende school; een school waar in een goede sfeer kwaliteitsonderwijs wordt geboden. De eindverantwoordelijkheid voor de school ligt bij het bestuur. Voordat het bestuur echter tot besluitvorming overgaat, wordt in veel gevallen om advies van de MR
gevraagd. In een aantal gevallen is instemming van (een deel van) de raad vereist. In de Wet Medezeggenschap Onderwijs (W.M.O.) worden de taken en bevoegdheden van de raad beschreven. De MR hanteert een reglement waarin de Medezeggenschap beschreven staat. Dit MR reglement ligt ter inzage op school.

4.23.1. Als hoofdtaken van de mr gelden:

  • Overleg met het bevoegd gezag over de algemene gang van zaken.
  • Onderling overleg over alle schoolaangelegenheden; gevraagd en ongevraagd voorstellen doen en standpunten kenbaar maken aan het bestuur.
  • Bevorderen van openheid, openbaarheid en onderling overleg in school. Waken tegen discriminatie en bevorderen van gelijke behandeling in het bijzonder van mannen en vrouwen in de school alsmede de inschakeling van gehandicapten.

4.23.2. De volgende personen hebben zitting in de mr:

 

Ouders:

Mw. N. Hoogerboord 

Mw. Vlot 

vacant 

 

Leerkrachten:

Mw. A. Groeneweg 

Mw. P. Lutz 

Mw. R. Maaskant


De MR komt gemiddeld 4 keer per jaar bijeen.


Op stichtingsniveau is er een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Het beleid van het bestuur wordt op basis van het reglement voorgelegd ter advisering of ter instemming aan de GMR.
De GMR vergadert gemiddeld 6 keer per jaar.
De verslagen van de vergadering zijn op de scholen aanwezig en kunnen desgewenst ingezien worden.

4.24. Nieuwsbrief

Om u zo goed mogelijk op de hoogte te brengen over wat er op school speelt, wordt er elke maand een Nieuwsbrief verstuurd via de mail. Het is mogelijk om een papieren versie te krijgen als u geen digitale middelen tot uw beschikking heeft. Dit kunt u bij de administratie aangeven.

4.25. Onderwijskundig rapport bij schoolverlating

Als een leerling de school verlaat, door verhuizing, overplaatsing, of aan het eind van zijn basisopleiding, wordt er een onderwijskundig rapport opgesteld voor de school waarnaar de leerling vertrekt. Het rapport kan pas worden verzonden als het door de ouders/verzorgers is ondertekend. U krijgt dus altijd het rapport te lezen.

4.26. Onderwijsnummer

Door het ministerie worden scholen verplicht om van elke leerling door te geven wat zijn of haar burgerservicenummer is. Het burgerservicenummer vormt de basis voor het toe te kennen onderwijsnummer. Op dit moment zijn van alle leerlingen deze gegevens ingevoerd in een geautomatiseerd systeem. Ouders moeten, bij inschrijving, de school een officieel document kunnen tonen waarop het burgerservicenummer staat. Bijvoorbeeld identiteitskaart of de kennisgeving van de belanstingdienst.

4.27. Groepen

De leerlingen van de Willem Alexanderschool zijn verdeeld in groepen met een naam van een bouwwerk of gebouw. De samenstelling per groep is niet elk jaar hetzelfde. De tussentijdse instroom is vaak groter dan op een regulier basisschool maar ook zijn er verschuivingen doordat er geen acht jaargroepen zijn en er een wisselende overlap is. Ook is het aantal schoolverlaters van invloed op de samenstelling van de groepen.

Aan het eind van het schooljaar wordt de indeling voor het nieuwe jaar gemaakt. Richtlijnen hierbij zijn de leeftijd en de aard van de leerproblemen. Omdat ieder kind zijn of haar eigen leerweg heeft en er wordt gewerkt in niveaugroepen is er geen sprake van 'overgaan of blijven zitten'.

Bij het tweede rapport, aan het eind van het schooljaar, krijgen de leerlingen de indeling voor het volgende jaar uitgereikt.

Schooljaar 2018-2019 zijn er vijf groepen: Zandkasteel, Boomhut, Torenkamer, Vuurtoren en Herberg.

 

4.28. Ouderavonden

Goed contact tussen ouders en school is zeer belangrijk. Zeker omdat veel leerlingen van buiten Oud-Beijerland komen en het minder vanzelfsprekend is om even met uw zoon of dochter mee te kunnen gaan. We stellen het zeer op prijs als u gespreksavonden, maar ook andere activiteiten waarbij ouders welkom zijn, kunt bijwonen.

Kennismakingsavond - september: Algemene informatie-avond. Na een plenair deel maakt u in de groep van uw zoon of dochter kennis met de leerkrachten en andere ouders. Er wordt informatie gegeven over het programma, de bijzonderheden, regels, aandachtspunten e.d. Natuurlijk is er dan ook gelegenheid om uw vragen te stellen.

Gespreksavond 1 - november: De gespreksavonden in november zijn bedoeld om met de leerkrachten van gedachten te wisselen over uw zoon of dochter. Toetsgegevens zijn dan nog niet bekend.

Gespreksavond 2 - februari: Deze gesprekken vinden plaats na de eerse toetsweek en het uitreiken van het eerste rapport. 

Gespreksavond 3 - juni/juli: Deze gesprekken vinden plaats na de tweede toetsweek en het uitreiken van het tweede rapport. Deze gesprekken zijn niet bedoeld voor de schoolverlaters, de leerlingen die naar het voortgezet onderwijs gaan. 

Adviesgesprekken schoolverlaters - januari

Het is op de gespreksavonden ook mogelijk te overleggen met de logopedist, schoolmaatschappelijk werkende, intern begeleider of directeur. 

Tussentijdse gesprekken zijn altijd mogelijk, het liefst na het maken van een afspraak en na schooltijd. 

 

4.29. Oudercommissie

Een enthousiaste groep ouders helpt het team met het organiseren van verschillende activiteiten. Zo helpen zij b.v. bij de organisatie van het sinterklaasfeest, de kerstviering, paasviering enz.  Er wordt ongeveer zes keer per jaar vergaderd. Mede dankzij de inzet van deze oudergroep blijft het mogelijk speciale activiteiten binnen de school te organiseren.

 

De oudercommissie bestaat uit de volgende leden:

  • Mw. C. v.d. Hoeven
  • Mw. R. Paleewong
  • Mw. Zevenbergen
  • Vacant
  • Vacant
  • Mw. G. Ensering (leerkracht)
  • Mw. M. Noordhof (leerkracht)

 

4.30. Ouderfonds

Er zijn kosten die niet, of niet geheel, door een subsidie gedekt worden: sportdagen, vieringen, traktaties bij festiviteiten enz. Deze kosten worden betaald uit het 'Ouderfonds’. De medezeggenschapsraad, waarin de ouders ook vertegenwoordigd zijn, heeft de vrijwillige bijdrage vastgesteld op €35,00 per leerling.

Aan het begin van het schooljaar ontvangt u hiervoor een factuur. Het banknummer van het Ouderfonds is IBAN NL04RABO0354349325 t.n.v. Stichting Ouderbijdragen De Waard inz. Ouderfonds Willem Alexanderschool o.v.v. naam en groep van uw kind(eren).

Het is mogelijk dit bedrag in termijnen te betalen, neem hiervoor contact op met de directie of administratie.

4.30.1. Schoolreis en kamp

De kosten van het schoolreisje voor de onder- en middenbouw worden apart gefactureerd. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de bestemming maar zal rond € 25,-- zijn.

De groepen die in schooljaar op schoolreis gaan zijn: Zandkasteel, Boomhut, Torenkamer en Vuurtoren.

De bovenbouw gaat aan het eind van het schooljaar op kamp. Deze kosten zijn ongeveer € 95,--. Ook hiervoor wordt een aparte factuur verstuurd.

In schooljaar 2018-2019 gaat alleen de Herberg op schoolkamp.

De rekeningen voor de schoolreis en het kamp zijn niet vrijwillig en dekken de kosten die gemaakt worden om de uitstapjes mogelijk te maken.

Ook deze rekening kunt u in termijnen betalen, informatie kunt u krijgen bij de directie of de administratie. Mocht het betalen van de rekening problemen met zich meebrengen, neem dan ook contact op. Dan zoeken we naar een passende oplossing. 

4.31. Persoonlijke eigendommen leerlingen

Het meenemen van kostbare apparatuur is volledig voor eigen risico. In het geval van diefstal, verlies of beschadiging kan er GEEN AANSPRAAK worden gedaan op de school.

Echter, wij kunnen ons indenken dat er situaties zijn waarbij het nodig of wenselijk is deze spullen mee naar school te nemen. Bijvoorbeeld om de heen- en terugreis in de bus dan prettiger verloopt. Onder eigen verantwoordelijkheid mogen deze spullen wel meegenomen worden naar school.

Natuurlijk proberen wij het risico zo klein mogelijk te maken en hebben daarom de volgende regels afgesproken:

- telefoons, tablets, mp3 spelers, spelcomputers e.d. mogen aan het begin van de dag ingeleverd worden bij de leerkracht die deze spullen op een veilige plek bewaard

- spullen die niet ingeleverd worden blijven in de tas van de leerling

 

 

4.32. Pesten

De school is zich bewust van het feit dat pesten op iedere school kan voorkomen. Dus ook op onze school. De school speelt daar preventief op in. Er wordt een methode voor sociaal emotionele ontwikkeling gehanteerd. Hierin is ook structureel aandacht voor pesten. De grens tussen plagen en pesten is moeilijk te trekken.
Het gaat om het beleefde gevoel van het kind dat geplaagd en/of gepest wordt. Bovendien zijn de vormen van pesten zo talrijk dat het geven van een opsomming onmogelijk is. De volgende voorbeelden van pesten spreken voor zich: geweld gebruiken;
spullen afpakken of kapot maken; iemand bedreigen of belachelijk maken; langdurig over iemand roddelen; iemand uitsluiten bv. om mee te spelen maar ook iemand negeren. Bij pesten is er altijd sprake van een slachtoffer en een dader. We hanteren bij pestgedrag de stopmethode. De stappen binnen deze aanpak van pesten is op school ter inzage. Hieronder ziet u een korte beschrijving van drie belangrijke stappen:

STAP 1:
Er eerst zelf (en samen) uit komen volgens de ‘stopmethode’. Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te
leggen. De leerkracht maakt vervolgens een afspraak met de leerlingen om er diezelfde dag op terug te komen, het liefst meteen.

STAP 2:
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderend gesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen (stopmethode) en (nieuwe) afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen/ruzies tussen dezelfde leerlingen
volgen sancties.


STAP 3:
Bij herhaaldelijke ruzie/pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest/ruzie maakt. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak. De directie wordt dan ingeschakeld en daarnaast worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld. Er wordt dan een plan gemaakt tussen school en ouders om het pesten te stoppen. Het gedragsprotocol is voor ouders ter inzage op school.

4.33. Protocol persoonsregistratie (dossiervorming)

Van iedere leerling wordt een leerlingenadministratie bijgehouden. In de groep is informatie over de voortgang en de ontwikkeling van uw kind. Die informatie zit in een multomap welke in de klas aanwezig is. Ook de handelingsplannen zitten hierin. Het dossier van uw kind wordt opgeslagen in een gesloten dossierkast. Hierin worden bijvoorbeeld gegevens opgenomen over de diverse gesprekken, speciale onderzoeken, onderzoeken van instanties van buiten de school en administratieve gegevens. De schooldirectie beheert de dossiers. De wet op de privacy en de wet bescherming persoonsgegevens is hierbij van toepassing.

4.34. Rapporten

Twee keer per jaar krijgt uw kind een rapport mee naar huis, het eerste rapport in februari en het tweede rapport aan het eind van het schooljaar. Een spannend moment waarbij wij het belangrijk vinden dat het kind met trots zijn of haar rapport kan laten zien aan anderen. Het rapport wordt zo opgesteld dat dit ook daadwerkelijk zo is. Wij geven een positief en eerlijk beeld van de prestaties van de leerling het EIGEN niveau. Hierbij kunnen ook heel kleine stapjes vooruit groots zijn! 

Voor u is het belangrijk dat u, naast het lezen van het rapport, de gespreksavonden bezoekt. Daar wordt toegelicht hoe de prestaties en inzet van uw kind zich verhoudt met 'de norm' van leeftijdsgenoten. Om een reëel beeld van uw kind te krijgen is dit van groot belang. 

4.35. Schoolbestuur

Het bestuurskantoor van de stichting is gevestigd aan:
Maseratilaan 14
3261 NA Oud-Beijerland.
Dit is tevens het postadres.
Tel.: 0186 - 621 461


bestuur@csgdewaard.nl


Dhr. E. Tuk:
Voorzitter van het College van Bestuur


Mw. J.P. Zilverschoon-Schäfer:
Directiesecretaresse

4.36. Schoolmelk

De kinderen kunnen op school via Campina volle of halfvolle melk drinken. Schoolmelk kunt u aanvragen op de website van Campina: www.schoolmelk.nl

4.37. Schoolkamp

Het jaarlijkse schoolkamp in juni of juli voor de leerlingen van de oudste groep(en) is een belangrijke gebeurtenis in onze school.
Het schoolkamp heeft in de eerste plaats een opvoedkundig doel: het met elkaar leren omgaan in spelsituaties en samen opdrachten leren uitvoeren. Allerlei sociale vaardigheden
komen aan bod. Verder doen we veel aan gezonde lichaamsbeweging. We zijn veel buiten en trekken de natuur in, spelen er en zien veel interessante dingen.
Er zijn vooral ook ontspannende bezigheden.

Door de groepsindeling van schooljaar 2018-2019, gaat alleen de Herberg dit jaar op kamp.

4.38. Schoolmaatschappelijk werk

Bij de schoolmaatschappelijk werkende op de Willem Alexanderschool kunt u terecht met vragen of voor advies. Bijvoorbeeld als er problemen zijn met het gedrag van uw kind en u niet goed weet hoe u daar mee om kunt gaan. Of als er spanningen in huis of in uw omgeving zijn en u merkt dat uw zoon of dochter daar last van heeft. Een gebeurtenis als een overlijden of een echtscheiding die uw kind erg hebben aangegrepen. Het kan erg nuttig zijn om met iemand van gedachen te wisselen en juist het schoolmaatschappelijk werk kan u helpen of op weg helpen. 

De schoolmaatschappelijk werkende werkt samen met de intern begeleider van school. U kunt altijd even overleggen met de IB'er of de leerkracht van uw kind als u twijfelt of het schoolmaatschappelijk werk iets voor u kan betekenen. 

De schoolmaatschappelijk werkende op de Willem Alexandeschool is Marie-José Roefs. Zij werkt op maandag, dinsdag en donderdag. Telefonisch is zij bereikbaar op 06-53941081 of via mail smw.roefs@csgdwaard.nl



4.39. Schooltijden en Inloop

Op de Willem Alexanderschool is er sprake van een continu-rooster. De schooltijden zijn als volgt:

maandag - 08.40 uur - 15.05 uur
dinsdag - 08.40 uur - 15.05 uur
woensdag   08.40 uur - 12.35 uur
donderdag - 08.40 uur - 15.05 uur
vrijdag - 08.40 uur - 15.05 uur


Inloop: tussen 8.30 en 8.40 uur is er een inloop. De kinderen worden opgevangen in hun lokaal door hun leerkracht. 

Om 8.40 uur verwachten dat iedereen binnen is, de lestijd begint. 

Er is geen pleinwacht voor 8.30 uur op school. Wees dus niet te vroeg! Kinderen die MET DE BUS komen hoeven niet te wachten. Dan gaat de deur open (ook voor de kinderen de zelf naar school gaan).

4.40. Schorsing en verwijdering van leerlingen

Bij ernstig wangedrag kan een leerling één of meerdere dagen geschorst worden. De directie van de school kan dat alleen doen in overleg met het bevoegd gezag (het bestuur) en de onderwijsinspectie.
Blijft het gedrag, na schorsing, zodanig dat het kind een gevaar voor zijn schoolomgeving blijft vormen, dan kan de leerling verwijderd worden. Verwijdering is een bevoegdheid van het bestuur van de stichting. Voordat een besluit tot verwijdering wordt genomen hoort het bevoegd gezag de betrokken ouders/verzorgers, de groepsleerkracht en de directie.

Bij verwijdering gelden de regels die de wet (W.P.O.) in art. 40, lid 5 en 6 voorschrijft. Een leerling kan slechts van school verwijderd worden als het bevoegd gezag een school gevonden heeft die bereid is de leerling toe te laten. Als zo’n school niet gevonden wordt, kan de leerling alsnog na 8 weken verwijderd worden.

4.41. Skaten/waveboarden

Zonder knie- en polsbeschermers mogen leerlingen op het schoolplein NIET skaten/waveboarden. Het liefst zien we ook nog elleboogbeschermers en een valhelm.

4.42. Sponsoring

Binnen onze stichting is er een sponsorbeleid afgesproken.
Dit beleid zorgt ervoor dat vormen van sponsoring geen invloed hebben op het onderwijs, qua inhoud of vorm, in de school. Het sponsorbeleid is beschreven in een beleidsstuk. Dit stuk ligt ter inzage in de school.

4.43. Stagiaires

Aan studenten van de Pedagogische Academie Basis Onderwijs (opleiding voor leraren) biedt de school de mogelijkheid stage te lopen. De studenten zijn behulpzaam in de groepen en voeren zo zelfstandig mogelijk opdrachten uit. Ook studenten SPW (opleiding voor o.a. klassenassistent) kunnen stage lopen.

De stagiaires maken gedurende hun stage deel uit van het team. Pabo studenten worden begeleid door de leerkracht en de interne schoolopleider. 

Stagiaires van een mbo-opleiding worden begeleid door de leerkracht van de groep waarin stage gelopen wordt. 

Uiteraard is er ook toezicht op de vorderingen van de opleidingsinstituten waar de student is ingeschreven.

 

4.44. Teamleden

Directeur a.i.

Mw. M. van Daal-van Vlijmen 06-12220772

Intern begeleidster

Mw. R. Maaskant

Orthopedagoge

Mw. L. Teeuw

Schoolmaatschappelijk werkende

M.J. Roefs-Grem tel. 06 - 53 94 10 81

 

Leraren

Mw. A. Groeneweg

Mw. P. Lutz

Mw. M.M. Noordhof - Nicolai

Mw. J. Oosthoek - Zevenbergen (adjunct directeur)

Mw. N.van den Bergh

Mw. C. Visser - van Dessel

Mw. M. de Graaf

Mw. G. Ensering

 

Pedagogisch medewerker

Mw. M. Abbas

Onderwijsassistenten/schoolondersteuning

Mw. J.H. de Graaf - den Haan

Mw. E. Kleinjan

Mw. J. Molema - Perdijk


Vakleerkracht gymnastiek

Mw. H. de Graaf - Kampen

Logopediste

Mw. M.T.M. Sprengers

Jeugdarts ()
Mw. drs. J. van Petegem

4.45. Terugrapportage

Desgevraagd kan de school van herkomst van een nieuwe leerling informatie gevraagd worden over het het met de leerling gaat. We verstrekken dan informatie over de onderwijskundige en sociaal-emotionele ontwikkeling. 

 

4.46. Toetsen

Twee keer per jaar vinden er toetsweken plaats. De eerste periode is in januari, de tweede in mei. Hierbij worden de cito toetsen afgenomen in de vakgebieden rekenen, begrijpend lezen, spelling en woordenschat. Voor het technisch lezen worden de AVI toetsen en DMT (drie-minuten-toets) afgenomen.

De leerlingen maken de toets op hun functioneringsniveau en meestal ook een toets op een aangrenzend niveau, dit kan er net onder of boven zijn. Het is niet nodig om extra te oefenen voor de toetsen. Hierdoor krijgen wij goed inzicht in de vorderingen van de leerling. 

Leerlingen in de eindgroep maken in november de schoolverlaterstoetsen. 

 

4.47. Vakantierooster

Vakanties en vrije dagen

Vakantie eerste vakantiedag laatste vakantiedag
Herfstvakantie 22 oktober 2018 26 oktober 2018
Kerstvakantie 24 december 2018 4 januari 2019
Voorjaarsvakantie 25 februari 2019 1 maart 2019
Meivakantie (incl. Pasen) 19 april 2019 3 mei 2019
Hemelvaart 30 mei 2019 31 mei 2019
Pinksteren 10 juni 2019 10 juni 2019
Zomervakantie 12 juli 2019 30 augustus 2019



4.47.1. Lesvrije dagen

Omdat er meer lesuren gegeven dan de minimale 940 uur waar de leerlingen recht op hebben is er ruimte om zeven lesvrije dagen per jaar toe te kennen.

Op deze dagen iis er vaak een studiedag gepland of wordt er gewerkt aan administratie of het voorbereiden van lessen en activiteiten.

Deze dagen zijn in schooljaar 2018-2019 gepland op:

1. maandag 24 september 2018
2. vrijdag 30 november 2018
3. maandag 28 januari 2019
4. vrijdag 22 februari 2019
5. maandag 1 april 2019
6. maandag 24 juni 2019
7. vrijdag 5 juli 2019
  onder voorbehoud: vrijdag 19 juli 2019 (marge-dag)

4.48. Verlofregeling

4.48.1. Verlof bij ziekte

Als uw kind niet op school kan komen omdat het ziek is, wordt u verzocht dit telefonisch te melden. De meeste leerlingen zijn na een aantal dagen weer voldoende opgeknapt en kunnen weer naar school. Bij langer ziekteverlof stellen wij het op prijs om op de hoogte te blijven over het verloop en zullen tussentijds contact opnemen. Ook als uw zoon of dochter meerdere keren in het jaar ziek gemeld wordt zullen wij het gesprek aangaan en bespreken of er maatregelen genomen moeten worden om zo min mogelijk lesstof te missen.

 

 

4.48.2. Vakantieverlof

De regels voor het krijgen van verlof buiten de schoolvakanties staan beschreven op de website van de Rijksoverheid en luiden zijn volgt:

U mag uw kind niet meenemen op vakantie buiten de schoolvakanties. Doet u dit wel, dan overtreedt u de Leerplichtwet en bent u strafbaar. Kunt u geen vrij krijgen op uw werk tijdens de schoolvakantie? Dan kunt u 1 keer per schooljaar een verzoek indienen voor verlof buiten de schoolvakanties. 

Vrij buiten de schoolvakanties

Soms kunt u geen vrij krijgen van uw werk tijdens de schoolvakanties. Bijvoorbeeld omdat u seizoensgebonden werk doet. Of omdat u dan piekdrukte heeft op uw werk. In dat geval kunt u een verzoek indienen voor verlof buiten de schoolvakanties: beroep op vrijstelling.

Toestemming voor schoolverlof aanvragen 

U vraagt toestemming bij de directeur van de school. Dit moet u uiterlijk 8 weken voordat u op vakantie gaat doen. De directeur kan u om een werkgeversverklaring of een ‘eigen verklaring zelfstandige’ vragen. Daarin staat dat u niet op een ander moment op vakantie kunt gaan. De schooldirecteur beslist of uw kind vrij krijgt van school. Als het om langer dan 10 dagen gaat, beslist de leerplichtambtenaar.

Voorwaarden verlof buiten de schoolvakanties

Uw kind kan alleen vrij krijgen als:

  • U kunt aantonen dat u door uw werk niet tijdens de schoolvakanties op vakantie kunt;
  • Het verlof niet in de eerste 2 weken na de zomervakantie valt;
  • Het gaat om een gezinsvakantie, die niet langer duurt dan 10 schooldagen

 

4.48.3. Verlof wegens gewichtige omstandigheden

Er is sprake van geoorloofd schoolverzuim bij: 

  • ziekte
  • schorsing
  • een religieuze verplichting
  • een huwelijk
  • een uitvaart

Om in aanmerking te komen voor geoorloofd verzuim moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan.

  • bij ziekte moet het schoolhoofd dit op tijd horen (uiterlijk binnen twee dagen);
  • bij een verplichting vanuit een godsdienst of levensovertuiging moet u de directie van school vooraf informeren en geldt alleen op de dag waarop aan de verplichting moet worden
  • voor afwezigheid wegens een huwelijk of uitvaart moet het schoolhoofd vooraf toestemming geven

Wij vragen u dringend rekening te houden met de schooltijden bij het plannen van feestelijkheden of vakanties/weekendjes weg.

Op de website van de Rijksoverheid vindt u meer informatie. 

Ongeoorloofd verlof moet de school melden bij de leerplichtambtenaar.

Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten
Prof. Gunninglaan 12
3312KX Dordrecht
Tel.: 078 - 770 80 90
Email: blvs-zhz@drechtsteden.nl

4.49. Vervoer

Leerlingen die van buiten de gemeente Oud-Beijerland de Willem Alexanderschool bezoeken kunnen gebruik maken van de regelingen die de gemeenten in de Hoeksche Waard hebben vastgesteld.

De verschillende gemeenten hebben verschillende richtlijnen, ook kan er een vergoeding gevraagd worden die afhankelijk is van uw inkomen. De aanvraag voor het leerlingvervoer moet elk jaar opnieuw ingediend worden bij uw gemeente. Dit moet u zelf doen. Een vervoersverklaring met daarin de redenen waarom uw kind aangewezen is op aangepast vervoer, wordt -op verzoek- gemaakt door school.

Het vervoer wordt in vrijwel alle gevallen verzorgd door de EDAD. Zij stellen de routes en busindelingen samen. Met vragen over het vervoer kunt u terecht bij de EDAD, telefoon: 078 - 61 79 777

Dagelijkse zaken kunt u het best met de chauffeur regelen.
De school draagt geen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het vervoer.

4.49.1. Regels voor vervoer

Hoewel het busvervoer niet onder verantwoordlijkheid van school valt, willen wij uiteraard wel dat het vervoer zo prettig mogelijk verloopt. Deze regels zijn hiertoe vastgesteld:

  • De leerling moet 5 minuten vóór vertrek van de bus bij de halte staan.
  • De leerlingen veroorzaken geen overlast voor de mensen die bij de bushalte wonen.
  • Als de bus er een kwartier na de officiële vertrektijd nog niet is, mogen de leerlingen naar huis gaan. Ouders moeten dan de EDAD (078 - 617 97 77) bellen om te vragen wat er aan de hand is.
  • Tijdens de rit blijven leerlingen op hun plaats zitten. Ze mogen pas van hun plaats als de bus vóór de school (huishalte) stopt.
  • Alle leerlingen hebben een vaste zitplaats. Alleen de chauffeur of de school kunnen leerlingen een andere plaats wijzen.
  • Alleen als één van de ouders naar school gebeld heeft of een briefje naar school heeft meegegeven, mag een leerling bij een andere halte in- of uitstappen of met een
    andere bus meerijden om b.v. bij een vriendje te gaan spelen.
  • Als kinderen met een andere bus meerijden, moeten ze dat zeggen tegen de leerkracht die de controle over hun bus heeft. Dat moet ook als ze niet met de bus mee naar huis rijden, b.v. omdat ze opgehaald worden.
  • In de bus neemt de chauffeur de beslissingen: hij/zij is de baas.
  • Als leerlingen iets vernielen in de bus, krijgen ouders de rekening.
  • Bij herhaald wangedrag kan de EDAD leerlingen een periode weigeren te vervoeren, die periode moeten ze op een andere manier op school zien te komen.
  • Bij ernstig wangedrag kan de EDAD weigeren leerlingen te vervoeren.

4.49.2. Vervoer bij extreme weersomstandigheden

  • Als het ‘s ochtends heel glad is, is het niet zeker dat de schoolbus rijdt.
  • De beslissing of de bus rijdt, wordt ‘s ochtends vroeg genomen in overleg tussen de EDAD en de directie van de school.
  • Als de bussen niet kunnen rijden, is de school gesloten; ook voor kinderen uit Oud-Beijerland.
  • Als u twijfelt of de bussen rijden en de school open is, kunt u vanaf 8.00 uur naar de school bellen: 0186 - 612 578.
  • Als in de loop van de dag ijzel verwacht wordt, is er kans dat de bussen eerder aan de thuisreis beginnen, om uw kind weer in de woonplaats te hebben vóór hette glad is.
  • Zorg ervoor dat uw kind weet waar het naar toe kan als het vroeger dan normaal thuiskomt en u niet thuis bent.

4.50. Verzekering

De stichting heeft voor alle scholen een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten Versus: Vereniging voor Christelijk Onderwijs. Deze verzekering dekt schades die zijn ontstaan als gevolg van nalatig handelen van de school. Het is dus niet zo dat deze verzekering alle schades dekt die tijdens schooltijd ontstaan. Vaak vallen schades onder de verzekering van de ouders van een leerling. Indien u twijfelt, kunt u contact opnemen met het bestuurskantoor.

4.51. Vieringen

Naast het volgens het activiteitenplan vastgestelde programma, kent de school ook vieringen. Belangrijk is hier het godsdienstig en sociaal aspect. We beleven de schoolgemeenschap als eenheid, bouwen samen iets op, voeren iets uit en vieren samen een gebeurtenis. Voorbeelden van deze “vieringen” zijn: kerstviering, paaswijding, sinterklaasfeest, sportdag, schaatsfeesten, toernooien, excursies, (school)reisje of schoolkamp.

4.52. Voor, tussen en naschoolse opvang

De school opent haar deuren om 8.30 uu, behalve als de bussen van het leerlingvervoer eerder mochten arriveren. Dan kunnen de kinderen eerder naar binnen.

De school heeft een continu rooster, alle kinderen blijven tussen de middag op school. Per groep wordt gezamenlijk gegeten. In twee groepen (onderbouw en midden/bovenbouw) wordt buiten gespeeld. De kinderen worden onder toezicht gehouden door leerkrachten of onderwijsondersteunend personeel.

Voor buitenschoolse opvang (voor- en na school) valt de school onder de wettelijke regeling.  U kunt bij het bevoegd gezag aangeven als u van buitenschoolse opvang gebruik wilt maken. Hiertoe is KinderWaard opgericht, een samenwerking tussen CSG De Waard en Kibeo. Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de kosten van de buitenschoolse opvang en sluiten een contract met de buitenschoolse opvang.
Voor informatie over KinderWaard kunt u contact opnemen met het het bestuurskantoor.

4.53. Vrijwilligers

We zijn erg blij met de hulp die gemotiveerde ouders geven bij het onderwijs. Vrijwilligers bieden ondersteuning bij verschillende activiteiten. Ieder jaar vragen we u mee te doen met verschillende bezigheden. Vrijwilligers werken onder verantwoordelijkheid van de directie en hebben een geheimhoudingsplicht.

In bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij het begeleiden van leerlingen), kan er gevraagd worden om een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Deze kan aangevraagd worden bij de gemeente, de kosten die hieraan verbonden zijn worden vergoed.

4.54. Website

Onze school heeft een eigen website. Deze website is in schooljaar 2017-2018 geheel vernieuwd en bezoeken via www.willemalexander@csgdewaard.nl. Via de 'homeknop' komt u op de algemene site van stichting CSG De Waard en kunt u makkelijk de sites van de overige CSG De Waard-scholen bezoeken.

Op onze eigen website staat veel algemene informatie, zoals bijvoorbeeld lestijden, vakanties en de manier van werken op onze school. Ook is er altijd het laatste nieuwste vinden onder het kopje ‘groepen’ en ‘De Nieuwsbrief’.

Sinds schooljaar 2018-2019 is er ook een app beschikbaar voor de telefoon of tablet, deze is te downloaden via de Appstore (Apple) of Playstore (Android). 

De website is afgestemd op de nieuwe AVG regels en hebben zodoende een klein openbaar deel en een deel dat alleen via een inlog is te bereiken. Dit deel is bestemd voor ouders en verzorgers waarvan het emailadres bekend is bij school. Bij uitschrijving van uw kind op school, vervalt ook de inlogmogelijkheid.

 

4.55. Ziekte

Wanneer een leerling ziek is moet dit zo snel mogelijk bij de school gemeld worden. In principe op de eerste schooldag van ziek zijn voor half negen ’s morgens.
Indien de leerling langere tijd niet naar school kan komen, gaan we samen met de ouders/verzorgers bekijken hoe we het onderwijs, rekening houdend met de ziekte, kunnen voortzetten. Hierbij kunnen we gebruik maken van de deskundigheid van een consulent onderwijsondersteuning zieke leerlingen. Voor leerlingen opgenomen in een academisch ziekenhuis zijn dat de consulenten verbonden aan zo’n ziekenhuis. Als voorbeelden zijn dat het Sophia kinderziekenhuis of het Erasmus Medisch Centrum, beiden te Rotterdam. Voor alle andere situaties betreft het de consulenten die in dienst zijn van een speciale dienst voor onderwijs aan zieke kinderen. Het is onze wettelijke plicht om voor elke leerling, ook als hij/zij ziek is, te zorgen voor goed onderwijs. Daarnaast vinden wij het minstens zo belangrijk dat de leerling in deze situatie contact blijft houden met de klasgenoten en de leerkracht(en). De leerling moet weten en ervaren dat hij/zij ook dan meetelt en bij de groep hoort. We willen de leerontwikkeling zoveel mogelijk door laten gaan en sociale contacten zo goed mogelijk in stand houden. Wanneer u meer wilt weten over onderwijs aan zieke leerlingen, dan kunt u informatie vragen aan de leerkracht van uw zoon/dochter. Ook kunt u informatie vinden op de website van Ziezon, www.ziezon.nl, het landelijke netwerk Ziek Zijn en Onderwijs.

 

4.56. Zo

Mocht u nog suggesties hebben voor onze schoolgids dan vragen wij u contact op te nemen met de school. Misschien heeft u iets gemist of heeft u een goed idee over wat er anders kan aan onze schoolgids. We horen dat graag.